Print Bookmark

Unité 27: La Provence

De zuidoostelijke hoek van Frankrijk is een prachtig gebied, dat toeristen uit alle delen van Europa aantrekt. Waar begint de Provence juist? De grenzen kun je op verschillende manier bepalen, ofwel het kleine departement van de Provence zelf, ofwel de grotere regio Provence-Alpes-Côte d'Azur (PACA), ofwel nog groter als heel de rechterbenedenhoek van Frankrijk. Voor de vakantieganger die van het noorden naar Zuid-Frankijk reist, begint de Provence al bij het zien van de eerste olijfbomen, zomergroene eiken en lavendelvelden. De Provence is een zonnige streek, en ook een eerbiedwaardig cultuurgebied. Het gedeelte langs de Middellandse zee is de Azurenkust. In unité 21 hebben we die al voorgesteld. Klik hier voor informatie over de Azurenkust.
Al zo'n 500 jaar voor Christus legden de Grieken hier met hun zeilschepen aan en stichtten er een handelspost om goederen te ruilen met de lokale Keltische stammen. Zij noemden de kleine haven Massalia, wat later Marseille werd. In de loop der eeuwen werd Massalia een rijke stad met een tempel ter ere van de Griekse god Apollo. Nu is Marseille een wereldstad.
In de tweede eeuw voor Christus kwam Marseille onder Romeins bewind. De Romeinen maakten van het hele gebied rond Marseille een eigen Romeinse "provincie", vandaar de naam Provence. In de Romeinse legers moesten de legioensoldaten wel twintig jaar dienst doen. Maar op het einde van z'n dienst kreeg nagenoeg elke soldaat een groot stuk grond om er een nieuw leven op te beginnen. Velen konden zo in de Provence een boerderij opstarten. De "gepensioneerde" soldaten bouwden er de typische Romeinse villa's, met veel luxe en comfort – heel verschillend van de hutten waarin onze Gallische voorouders leefden. Ze "moderniseerden" ook de oude Gallische steden door er rechte straten te trekken en ze bouwden er tempels en theaters. Zo werd de Provence echt Romeins. De sporen daarvan kun je nu nog bewonderen in een aantal prachtige steden in het gebied dat de stroom de Rhône (le Rhône) doorkruist.
Op dit kaartje zie je de belangrijste stromen die door Frankrijk vloeien. De stroom die door de Provence gaat is de Rhône. Hij komt helemaal van Zwitserland en stroomt dan richting Middellandse zee (la mer Méditerranée). Nabij de kust splitst de Rhône zich in enkele vertakkingen die ook grote meren vormen. Dat hele natuurgebied heet de Camargue en staat bekend om de vele paarden die er in de vrije natuur leven. 
 
Het is langs de oevers van de Rhône en in de brede strook links en rechts van de stroom dat veel Romeinen zich vestigen en er hun landerijen en steden uitbouwen. Een eerste stad, een stuk boven Marseille, is Aix-en-Provence. Gedurende de Middeleeuwen werd Aix de hoofdstad van het graafschap Provence. Vanaf de 13e eeuw werd het een belangrijk artistiek en intellectueel centrum en kreeg het ook een universiteit. Heden ten dage is de stad beroemd omwille van zijn jaarlijkse festivals voor klassieke muziek, waarvan sommige in open lucht.
In Arles bezoeken toeristen vooral de Romeinse arena die rond het jaar 70 na Christus gebouwd werd. Er is plaats voor 12 000 toeschouwers. Vroeger moesten gladiatoren het hier op leven en dood met elkaar uitvechten voor het plezier van het publiek.
 
Arles is ook het stadje waar de beroemde Nederlandse schilder Vincent Van Gogh gewoond heeft en er vele van zijn meesterwerken geschilderd heeft. Het café met terras dat hij er ooit schilderde bestaat nog steeds en is dan ook een toeristische attractie.
 
Ook Nîmes is voor liefhebbers van de Romeinse cultuur niet te missen. Naast een even indrukwekkende arena als die in Arles, mag Nîmes bogen op de best bewaarde tempel van de Romeinse oudheid. Die dateert al van 19 jaar voor Christus. Het was gewijd aan twee kinderen die jong gestorven waren, Gaius en Lucius, de geadopteerde zonen van keizer Augustus.
Om water voor hun baden en fonteinen naar de stad Nîmes te brengen bouwden de Romeinen een aquaduct: een kanaal van 50 kilometer lang, waarvan een deel bovenop een spectaculaire brug in drie niveaus loopt (le pont du Gard).
Als we verder langs de Rhône noordwaarts reizen, komen we bij Avignon, waar in de 14de eeuw de Pausen verbleven. Grote problemen in Rome en politieke bemoeienissen hadden ervoor gezorgd dat de paus hier terecht kwam.Het Pausenpaleis (Le Palais des Papes) is het grootste middeleeuwse gebouw van Europa. Hier zie je maar de voorkant. Het is een echte versterkte burcht, want in die tijd waren de pausen ook in oorlogen verwikkeld.
Wie Avignon zegt, denkt meteen aan de brug van Avignon (Le Pont d'Avignon) waar een beroemd kinderliedje over bestaat ("Sur le Pont d'Avignon, l'on y danse, l'on y danse...). Hé, die brug stopt midden in de stroom! Waarom? Hier kun je er meer over lezen.
En nog wat meer naar het noorden langs de Rhône vinden we Montélimar. Als je van het noorden komt verwelkomt Montélimar je als de "Porte de Provence": hier begint deze heerlijke regio.
 
Montélimar is een stad bekend om de produktie van snoepgoed, in het bijzonder nouga. Vele vakantiegangers die naar het warme zuiden rijden, of op de terugweg zijn, stoppen in Montélimar om er nouga te kopen. In de hoofdstraat vind je tientallen winkels naast elkaar die allemaal die lekkernij verkopen.

 

Maar wat iedereen ook enorm apprecieert in de Provence zijn de prachtige kleuren en geuren van de velden vol lavendel of andere "provençaalse kruiden".
 
Die kruiden, samen met verse groenten en fruit, en kleurrijke bloemen, kun je gezellig kopen op elk marktplein in één van de vele dorpen. Luister maar naar het chanson Au marché de Provence (Livre, p. 49).